De meeste medewerkers hebben nog nooit voor een camera gestaan en vinden het spannend. Dat is normaal, en het is voor een groot deel op te lossen met hoe je de dag inricht.
We houden de crew op de set bewust klein bij interviews. Hoe minder mensen er in de ruimte staan te kijken, hoe sneller iemand zichzelf is. Voor het gesprek zelf nemen we de tijd: de eerste minuten gebruiken we om te praten zonder dat het ergens over hoeft te gaan, zodat iemand went aan de camera en aan het geluid van de ruimte. Wat in die eerste minuten wordt gezegd, gebruiken we in de regel niet.
We werken met open vragen en laten stiltes vallen in plaats van ze op te vullen. Een antwoord mag opnieuw, zo vaak als nodig is. We zeggen dat ook hardop aan het begin, want de angst om het fout te doen is meestal groter dan de camera zelf.
Voor medewerkers die liever niet praten, is er ruimte in de observationele beelden: aan het werk, in overleg, onderweg over de locatie. Ook zonder dat iemand iets zegt, laat dat zien hoe het er op de werkvloer aan toegaat. Wie helemaal niet in beeld wil, doet niet mee. Dat is beter voor de video en beter voor de sfeer op de afdeling.
Tot slot nemen we vooraf door wat er met het materiaal gebeurt en waar het terechtkomt. Een medewerker die weet dat een fragment op LinkedIn kan komen en daar bewust ja op heeft gezegd, praat vrijer dan iemand die het pas achteraf hoort.